Maarten ziet veel en aapt veel na. Hij heeft zijn vader vaak gezien met een colafles aan zijn mond en nu vond Maarten het de hoogste tijd om dit zelf ook maar eens te doen. Sindsdien loopt hij regelmatig met de coca-colafles (met dop) door het hele huis heen. Hij wil het zelfs wel mee naar bed. Hij kent nu dan ook het woord ‘dop’.